Langzaam gegaarde varkensschouder met gedroogde pruimen en appel

Door de lange suddertijd koken de pruimen en appel tot een zachte, iets zoete saus, die heerlijk combineert met de varkensschouder.
500 à 600 gram varkensschouder of procureur
versgemalen zout en peper
1 eetlepel olie
20 plus 20 gram boter
1 grote ui, in ringen gesneden
2 eetlepels bloem
2½ dl witte wijn
2½ dl bouillon
2 takjes tijm
175 gram gedroogde pruimen
1 appel, in acht partjes verdeeld

Kookinstructies

Verwarm een sudderpan voor in de braadoven. Snijd de varkensschouder in blokken van ± 5 cm. Zet de pan op de hete plaat of op redelijk hoog vuur, verwarm de olie in de pan en voeg daarna de 20 gram boter toe. Bak de blokjes vlees in een minuut of acht rondom bruin. Bestrooi met zout en peper en roer nogmaals goed om. Verplaats de pan naar de sudderplaat of temper de warmtebron. Schep het vlees met een schuimspaan op een bord en zet dit even opzij.

Doe de rest van de boter in de pan en bak de uiringen een paar minuten totdat ze zacht zijn. Voeg het gebakken vlees weer toe en bestrooi dit met de bloem. Schep weer even goed om. Giet de witte wijn en de bouillon over het vlees en breng alles samen met de takjes tijm aan de kook. Zet de afgesloten pan in de kookoven en laat het vlees een uurtje garen. Voeg dan de pruimen en de appelpartjes toe, breng opnieuw aan de kook en laat de afgedekte pan nogmaals een uur in de kookoven staan. Proef even en breng desgewenst verder op smaak met zout, peper en/of worcestershiresaus. Blijft de saus nog iets te dun, bind deze dan met wat aangelengde maïzena of aardappelmeel.

Serveer met pasta of een smeuïge aardappelpuree en een salade of groene groenten.